9 juni 2014

Goedemorgen.

We ontbijten snel wat, want we staan op het punt te vertrekken.

We gaan naar Amsterdam.

Kijk!
Het strand bij IJburg.

Dochter heeft daar niet zoveel zin in, veel te druk.

Geeft niks, gaan we wel even door het haventje lopen.

En een ijsje halen, anders wil Dochter niet lopen.

Kies maar wat uit.

Blij nu?
Zo te zien wel.

Dochter heeft helemaal niet zo’n zin in Amsterdam.

Dus besluiten we om maar weer naar huis te gaan.
Hoe meer we bij huis komen hoe blauwer de lucht.
Ik begin er van te balen dat Dochter niks wil.
Doordeweeks zitten we al heel veel en vaak voor haar thuis, maar vandaag moeten we toch iets kunnen verzinnen wat haar blieft?

Op Facebook zie ik dat iedereen dit weekend kersen aan het eten is.
Dat vind ik ook wel leuk.
We brengen Meneer T eerst naar huis en gaan daarna meteen weer door.
Dochter mag kiezen, of mee kersen eten, of in de auto wachten.

We zijn er!

Oh!
Wat zien ze er lekker uit.

En kijk eens wie er toch de auto uit is gekomen?
Juist!
Op zo’n moment ben ik blij dat ik mij niet heb laten verleiden om mee te gaan in haar bui, maar om gewoon iets nieuws te verzinnen wat net iets beter bij haar humeur past.

Zaagmans wast alvast de kersen.

Oh.
Ik heb er zin in.

Zaagmans!

Zo ja, mooi zijn ze hé?

Kijk, ik kan er ook een trucje mee.

Zonder handjes, knap he!

Ook heel leuk.

Nou, en dit kan echt bijna niemand.
Tenzij je een heel groot gat in je oor hebt.
Maar laten we eerlijk zijn, wie heeft dat nou?

Ook zo bijzonder!

Blijft er toch inzitten hé, die sieradentic.

Leg die telefoon eens weg!

Ik loop nog een rondje.
Wat zijn ze mooi rood.

Wie durft?

Jij?
Oh nee, je bent weer druk met je telefoon.

Wat zijn het er veel.

Leg hem nou eens wehheg!

Tuurlijk, maak eerst nog even een foto.

Waar zijn we nu dan?

In Haarzuilens.
Daar hebben ze heel mooie huisjes.

Schattig hè!

Kom, we gaan een rondje lopen.

Hier zou ik best kunnen wonen.

Dochter heeft geen idee, want ze ziet niks.

Ja, zo’n dag ja.

Heel leuk dorpje, als kind fietste ik heel vaak hier doorheen.

Toen gluten nog heel erg hip waren.

We rijden ook nog even langs het kasteel.
We beloven dat het alleen bij rijden blijft.
Als Zaagmans en ik alleen zijn, gaan we wel een keer het kasteel in.

Zullen we dan maar even gaan zitten?

En wat drinken?
Drink wat, je droogt uit.

Er is een schuur leegverkoop, daar willen we wel even kijken.

Dochter hangt aan haar rietje en telefoon vast, dus ze kan best even zonder ons.

Eenmaal bij de schuur aangekomen, komen we erachter dat we misschien net te weinig centjes bij ons hebben.

Je kan hier helaas niet pinnen.

Tof zijn ze hè!

Kom, laten we maar snel gaan.

Hallo ree.

We gaan weer naar huis want het is bewolkt aan het raken.

Wat ben ik hier aan het doen?

Asperges schillen.
De laatsten van dit seizoen.
Ik doe het met tranen in mijn ogen.

Snif.

Tijd voor een bad.

Ik ben er aan toe, ziet u?

Meneer T houdt braaf de wacht naast het bad.

En als ik uit bad kom zie ik deze mooie lucht.
Tijd om te gaan slapen.

Truste!

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *